07-08-07

Eindelijk de foto's van het kamp.

Rijd ik al goed?                                                               13-07-07

En hier dan eindelijk de foto's van vrijdag 13 juli: de bezoekdag op het paardenkamp. We tonen wat we kunnen! Wat vind je ervan?

 

De paarden moeten extra mooi geborsteld zijn voor onze "voorstelling".

Kuno'tje was gelukkig in een goede bui en was heel flink!

Na de mooie rode zadeldoek til ik het zadel links van Kuno op zijn rug.

Kijk altijd aan beide kanten of er niets geplooid is en of de singel aan de twee riempjes, takken genaamd, even hoog vastzit.

Isaura

Als iemand hulp vraagt om het hoofdstel om te doen, doe ik dat graag.

Tussen de neus van het paard en de neusriem moet je ongeveer twee vingers kunnen steken. De riempjes van Kuno's hoofdstel zijn al oud! En kijk: Kuno voelt zich op zijn gemak, hij steunt op het puntje van zijn achterhoef.

Zitten jullie ook altijd in de knoop met het halster en het hoofdstel?

Nikki zorgt ervoor dat er ongeveer een vuist tussen de keel van het paard en de keelriem past. Braaf, Isaura!

Onze lesgever Norbert controleert of we alles goed hebben gedaan.

Het is beter om chaps over je rijschoenen te doen, dat is veiliger en staat mooi! (bestaat ook in leer)

Ik ben de paardenfluisteraar!!! Knipoog Kuno valt haast in slaap, de schat!

Frauke kijkt een beetje nerveus. Ze zal haar handschoenen wel nodig hebben om op Sarah, een paardje van Mexicaanse afkomst, te rijden.

Een close-up van Kuno. Kijk hoe het hoofdstel om moet. Zorg dat je de voorlok vanonder de frontriem haalt, anders trek je onbewust aan z'n "frou"!

Een close-up van Sarah, de pony (of is het een klein paard?) waar Frauke (Frauke BFFE) op reed. Zie je dat dit een ander bit is dan dat van Kuno?

Leid een paard of pony altijd aan de linkerkant met je mee. Let waar je je voeten zet: als het paard zijn voorbeen linksvoor zet, doe jij dat ook. Zo kan het dier nooit op je voeten stappen.

En we zijn op weg. Kuno'ke stapt flink mee.

Stijg ook altijd aan de linkerkant van het paard op en zorg dat je niet in het zadel neerploft. Hou de teugels ook goed vast in je linkerhand, zo kan het paard niet gaan lopen terwijl jij met je voet in de stijgbeugel zit!

Sorry voor die rare snoet: ik was gebeten door een daas... Druk je hielen altijd goed naar beneden in de stijgbeugels.

"Lenigheid Frauke, lenigheid!", zei ik altijd als ze niet op Sarah's rug raakte.

LINKS: Louis op Thunderboy RECHTS: Sarah Vandamme op Noortje.

VAN LINKS NAAR RECHTS: Soetkin'tje op Raspotin, Debo'ke op Tinen Nikki (bijna) op Isaura.

Ik heb er zin in!

Ik, Debora'ke, Frauke'tje en Tess (op Gipsy).

We beginnen met figuren rijden. Individuele afwending in draf.

"En ene VOLTE! Ja, doe maar!" Kuno rijdt altijd mooie voltes als je blijft doorzitten. Dus doe ik dat altijd.

Dan kwam de grote figuur waar we naast elkaar moeten rijden. Soetkin vraagt zich af waar haar buur is gebleven...

Ik ben nogal nerveus... Kuno en Thunderboy hebben nog nooit naast elkaar gereden... Maar uiteindelijk bleek dat ze 't best met elkaar konden vinden.

Nu blijkt dat het zo goed lukt kan er een big smile vanaf bij ons allebei!

De bedoeling was om per twee uit elkaar te rijden. Maar wie begreep het weer niet? TESS! De oefening was om daarna op de middellijn terug bij elkaar te komen zodat we per 4 reden en daarna per 8. En dan halthouden tussen B en E. Het is ongeveer gelukt, maar iedereen was nogal nerveus, snappie.

Daarna startten we met jumping. Eerst allemaal achter elkaar. De hindernissen waren vrij laag, want we wilden niet dat er op de bezoekdag iets zou gebeuren. Ik heb al 70 cm gesprongen. Maar zo hoog was dat niet...

Kuno springt vlot over het kruis, de hindernis waar hij anders de meeste moeite bij heeft.

Het is makkelijk om verlichte zit aan te nemen op een groot paard als Kuno. Hij springt weer vlot over de "moeilijke" gekruiste hindernis.

Maar 3 keer leek Kuno te veel. Hij ging er lekker omheen. Tong uitstekend

Let er steeds op dat je bovenlichaam evenwijdig is met de nek van je paard. Breng de teugels iets naar zijn oren toe zodat hij meer vrijheid heeft tijdens het springen.

Kuno neemt zijn sprongen altijd erg ruim, ook al zijn ze niet hoog. Dat is wel leuk eigenlijk, zo hoog! Hij strekt zijn nek ook heel lang, moeilijk om een correcte verlichte zit te doen zo!

Dat is mijn lievelingsfoto. Kuno'ke maakte zo'n mooie sprong, echt! Kijk hoe mooi hij erop staat!

Zie je hoe mooi hoog hij springt? Hij zet echt stevig af.

Ziet er schattig uit maar... Kuno veegt eigenlijk gewoon zijn neus en mond af aan de balken. Ehm...

We wachten ongeduldig onze beurt af. Succes Thunderboy!

En Thunderboy sprong geweldig. Over de gekruiste...

...en de rechte sprongen.

Hier springt Soetkin op Sarah het parcoursje. En ze doet het verbazend goed!

Dan is de les voorbij. De paarden zijn moe, wij zijn moe. Een laatste foto van iedereen. NIKKI OP ISAURA.

IK OP KUNO'KE.

TESS OP GIPSY.

DEBO'KE OP RASPOTIN <3.

LOUIS EN THUNDERBOY.

SARAH ZAT OP NOORTJE.

EN FRAUKE, JAMMER GENOEG GEVALLEN, ZAT OP TINE.

En mijn lieve Kuno'tje krijgt een lekkere appel. Hij heeft fantastisch gesprongen en ik ben heel trots op hem.

 Ik zou graag jullie mening willen weten, wat ik nog beter moet doen of zo. Ik zou het leuk vinden moest je een reactie achterlaten. Bedankt!

14:01 Gepost door Sarah in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (1) | Tags: foto s, paarden, paardrijden, kamp |  Facebook |

05-07-07

Tips voor beginnende ruiters

Tips voor beginnende ruiters

Er is nog nooit een ruiter uit de lucht komen vallen.
Nee, niet uit de lucht...

Je moet veel leren en veel oefenen om een goede ruiter te worden. Want ruiters vallen weliswaar niet uit de hemel, maar wel gemakkelijk van een paardenrug. Maar je hoeft niet bang te zijn. Als je op een manege les krijgt, dan wordt alles je langzaam van begin af aan geleerd. En een paard gedraagt zich bij de eerste rit toch niet gelijk als een mustang op een rodeo! Manegepaarden houden rekening met beginners. Hier een paar tips, zo lig je bij de les gelijk een "neuslengte" voor:

  • Benader een paard nooit direct van achteren. Dat maakt het nerveus, omdat het je niet kan zien. Als het niet anders kan, spreek dan tegen het paard, dan weet het waar je bent. 
  • Paarden hebben het liefst dat je links van ze staat. Aan die kant moet je ze ook meevoeren, opstijgen en afstijgen.
  • Een paard wordt graag over de hals geaaid. Maar niet te zacht, anders kietelt het!
  • Loop altijd met een grote boog om de achterkant van een paard heen, en blijf ertegen praten. Het wil altijd weten waar je bent.
  • Om in het zadel te komen heb je geen hijskraan of een ladder nodig. Het gaat op dezelfde manier als mannen op hun fiets stappen: Houd met je linkerhand de teugels en het zadel vast en leg je rechterhand achterop het zadel, bij de achterboom. Steek je linkervoet in de stijgbeugel en zet je af met de rechter. Omhoog maar, hops! Zwaai je rechterbeen over het zadel. Let erop dat je niet in het zadel neerploft. Voilà, zo gemakkelijk is dat!
  • De teugels houd je tussen je ringvinger en je pink. De handpalmen zijn naar elkaar toe gekeerd en je houdt je duimen boven.
  • In de stijgbeugels wijst de boorkandt van je schoen of laars naar voren en is je voet licht naar boven gericht. Let erop dat je je hielen laag houdt. Alleen de bal van je voet zit in de stijgbeugels!

         Zo dit waren mijn tips

 

16:54 Gepost door Sarah in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: paarden, tips, paardrijden |  Facebook |

03-07-07

Nuttige tips voor "onwetende" ruiters.

DE ONAFHANKELIJKE ZIT

Een goede zit is altijd een eerste vereiste.

De ruiter moet in alle gangen en tijdens alle overgangen perfect zijn evenwicht kunnen bewaren, zonder bewust of onbewust steun te zoeken aan de teugels. Hij moet, wanneer hij zijn paard aanwijzingen (hulpen) geeft, zijn ledematen onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. Ook de zithulpen (gewichtshulpen en voorwaarts drijvende hulpen)  mogen geen ongewenste bewegingen van ledematen of een verlies van het evenwicht ten gevolge hebben.

Een voorbeeld:

Wanneer de ruiter het paard met een kuit aandrijft, mag dat geen gevolgen hebben voor zijn handen. Deze mogen niet stijf worden of onbewust meebewegen. De handen moeten het paard natuurlijk wel “toestaan,” datgene te doen, wat de kuit vraagt. De ruiter mag zijn evenwicht niet verliezen ten gevolge van het aandrijven en evenmin  tengevolge van de daarop volgende verandering van tempo of gang.

Deze ruiter heeft een "onafhankelijke zit."  Voor deze ruiter is het mogelijk een paard, op ieder moment de juiste hulpen te geven.

Ruiters moeten hier altijd op blijven oefenen, zelfs al blijft het voor velen een ideaal.

VOOR DE BENEN

Ook wel: "opschieten voor de kuit, of voor het been" genoemd. Dit betekent dat het paard goed reageert op de aandrijvende (en later ook zijwaarts drijvende) hulpen van de kuit.

Dit is in de praktijk één van de grote problemen van het paardrijden. Een kuitdruk is iets waar naar geluisterd moet worden, dus wanneer het paard niet luistert wordt deze hulp onmiddellijk versterkt met het gebruik van de rijzweep.

Het vereist zeer consequent gedrag van de ruiter om een paard voor de benen te maken en te houden. Als ruiter moet je er op staan dat er op iedere kuitdruk een reactie komt.

Bedenk, dat je een paard in principe alles kunt leren. Je kunt hem leren te reageren op een klikje met de tong, een lichte kuitdruk, of een stevige kuitdruk. Veel ruiters leren hun paard echter dat hij niet hoeft te reageren op veel aandrijven en veel tikjes van de zweep.

Een paard dat niet luistert naar de kuitdruk krijgt meteen een goede tik met de zweep. Eén ( en dan bedoel ik ook: 1 ) die het paard voelt en waarop hij reageert werkt veel beter dan 100 kleine tikjes. Die ene stevige tik dwingt respect af, terwijl al die zachte tikjes het paard chagrijnig maken. Een dier houdt van duidelijkheid. Zorg wel dat je die “stevige” tik afmeet aan de gevoeligheid van het paard. Het gaat om een duidelijke reactie. Het is niet de bedoeling om paniek te veroorzaken. Vooral bij een jong paard, dat onze aanwijzingen nog moet leren begrijpen, is een voorzichtige aanpak aan te raden.

Het lijkt vreemd, maar het zijn vaak de paarden met veel looplust die niet voor de benen zijn. Zij hebben de voorwaarts drijvende hulp niet vaak nodig en zijn daardoor niet getraind om op deze hulp te reageren.

DE ZACHTE HAND

Een ruiter mag een paard natuurlijk niet expres in de mond trekken, maar als we over een zachte hand praten hoort daar nog meer bij.

Men spreekt over een "stille hand," wanneer de ruiter in staat is met zijn handen alle bewegingen van de paardenmond te volgen. Hij stoort het paard dus niet in de mond.

Je begrijpt wel dat dit moeilijk is zolang je nog geen onafhankelijke zit hebt.

Wanneer een ruiter naast een stille hand ook nog het vermogen heeft om zijn aanwijzingen (hulpen) met de hand heel licht en precies te doseren, spreekt men over een "zachte hand."

VAN ACHTEREN NAAR VOREN RIJDEN

We gaan er van uit dat de hand van de ruiter pas iets kan doen, nadat de kuit het paard voorwaarts, naar de hand toe, heeft gedreven.

Een paard dat reageert op het aandrijven zal zijn gewicht naar voren willen brengen. Daarbij gaat de neus ook iets naar voren en beneden. Het paard zoekt op die manier de hand op. Ik ga er nu van uit dat het paard vertrouwen heeft in de hand (zie: AANLEUNING). De hand kan dan pas zijn aanwijzing geven. De volgorde in onze aanwijzingen moet dus zijn: eerst (de zit en) het been en dan pas de hand.

CONTACT

De hand van de ruiter neemt via de teugel contact met de mond van het paard. Het initiatief gaat hier uit van de ruiter. Dit contact kan er altijd zijn, ongeacht of het paard de hals strekt, of dat de teugels op maat genomen zijn. De ruiter NEEMT contact en zet daarmee een lichte spanning op de teugel.

NAGEEFLIJKHEID

Een paard dat zelf de spanning op de teugel terug brengt en het bit afkauwt wanneer de hand van de ruiter aanhoudt of weerstand biedt, noemen we: "nageeflijk." Het paard ontspant dan in de kaak en de nek (en in de hals). Het bewijs voor nageeflijkheid vinden we vaak op de lippen van het paard: een dun randje schuim.

Nageeflijkheid is een tegennatuurlijke reactie. Hier ligt dus een moeilijk punt. We moeten het paard duidelijk maken wat wij bedoelen, wanneer wij de druk op het bit verhogen om een (halve) ophouding te maken. Hij moet leren begrijpen dat wij zijn mond geen pijn willen doen, maar dat het de bedoeling is, dat hij nageeft. Een paard heeft altijd de neiging om terug te duwen of te trekken. Denk maar aan een (jong) paard, dat je vooruit probeert te trekken, dat moet leren schikken, wijken voor een kuit, of achterwaarts gaan.

Daar blijkt meteen uit dat "aanleuning zoeken" een natuurlijke reactie is op het contact dat de ruiter zoekt. De tongspier opspannen om tegendruk te geven aan de inwerking van het bit is dus ook een natuurlijke reactie.

Het is alleen de kunst om alle aanwijzingen met de hand zo te doseren, dat de tong wel onder het bit blijft. Daar is nageeflijkheid voor nodig.

 

"Nageeflijkheid" moet je ook ongeveer hetzelfde zien als "voorwaarts zijn". Wanneer je een paard iedere pas moet aandrijven, om hem vooruit te laten gaan, is er iets mis. Je moet met jouw paard afspreken, dat "voorwaarts zijn" iets is dat normaal is. Iets dat, bijna zonder aandrijven, een gewoonte is. "Nageeflijkheid" is ook iets dat je moet afspreken met het paard. Dit is dus ook iets dat je niet iedere pas moet vragen, maar iets dat zo snel mogelijk een gewoonte moet worden.

De nageeflijkheid helpt je vervolgens om de aanleuning licht te houden.

Zo komen aanleuning en nageeflijkheid tot een constante samenwerking.

Dit werkt alleen wanneer het je lukt om "impuls" op te wekken en te houden.

Een hand die constant aan het vragen en aan het rommelen is om een paard "los in de mond" te krijgen of te houden, verstoort tegelijkertijd de aanleuning. Doe niet meer dan nodig is!

DE RUG GEVEN

Eigenlijk vormt dit één geheel met "nageeflijkheid." Het paard ontspant de rug. Nu niet meteen denken dat de rug dan inzakt. Het betekent dat het paard zich niet verzet en de rug dus niet "vastzet" (stijf houdt). Het paard kan dan zijn rug op de juiste manier gebruiken. Hij wordt een "rugganger".

Iedere ruiter voelt meteen het verschil tussen een stijf gehouden rug en een ontspannen rug. Op een ontspannen rug zit je veel makkelijker. Je merkt dat vooral doorzittend in draf en in de galop. De beruchte onafhankelijke zit komt dan ook meteen een stuk dichter bij.

WEERSTAND BIEDEN

Hoe maak je een paard duidelijk dat hij nageeflijk moet worden? Dit is een van de grootste problemen van het paardrijden en ook een van de meest onderschatte.

Het paard moet iets leren, dat tegen zijn natuur ingaat. Zijn natuurlijke reactie is terugduwen en dan doet hij automatisch zelf zijn mond pijn. Als reactie op deze pijn ontstaan allerlei mondproblemen en vervolgens meestal ook nog een vastgezette rug. Een methode om het paard te leren nageeflijk te worden is het weerstand bieden met de hand.

Dit betekent dat de ruiter tijdelijk, door het sluiten (dichtknijpen) van de vingers de spanning op de teugel gaat vergroten. Het doel hiervan is het paard (te dwingen is een lelijk woord, dus zeggen we:) "uit te nodigen" de spanning terug te brengen en dus "nageeflijk" te worden.

De weerstand die de hand biedt is net iets groter dan de weerstand die het paard terug geeft.

Let erop dat je niet teveel spanning op de teugel zet. Een paard is erg sterk en paarden die in paniek raken kunnen hele rare dingen doen.

Geef hem even de tijd om uit te zoeken wat je bedoelt. Hij moet leren begrijpen dat het niet jouw bedoeling is om zijn mond pijn te doen, maar dat hij moet nageven.

Zodra het paard nageeft, moet de hand onmiddellijk ontspannen, anders vraag je om verzet. Als de hand van de ruiter namelijk doorgaat met spanning opbouwen krijgt het paard zijn verdiende beloning: "GEEN PIJN IN DE MOND" niet.

Probeer dit in eerste instantie tijdens het halt houden.

Wanneer het paard nageeft beloon hem dan. Maak hem duidelijk dat dit is wat je bedoelt.

AANLEUNING

Een paard dat vertrouwen heeft in de ZACHTE HAND van de ruiter zoekt contact met de hand. Dit heet "aanleuning," of ook wel "het bit aannemen."  Het initiatief ligt hier dus bij het paard. Zoals onder NAGEEFLIJKHEID reeds is gezegd, is aanleuning in principe een natuurlijke reactie van het paard op het contact zoeken van de hand.

Ook bij de gewichtsverplaatsing naar voren als reactie op het aandrijven komt aanleuning tevoorschijn. Het paard brengt hierbij, als het goed is, de neus iets naar voren en naar beneden en zoekt op deze wijze de hand op.

Ook hier geldt, dat een paard alles te leren valt. Je kunt hem leren met een lichte aanleuning van een paar ons, of met een aanleuning van bijvoorbeeld een kilo te werken. Een lichte aanleuning (weinig gewicht in de handen) is natuurlijk voor het paard, maar ook voor de ruiter prettig.

 

Het is de kunst niet meer aan het paard te vragen dan hij lichamelijk (en geestelijk) aankan. Wanneer je een paard in een houding dwingt, waar hij niet aan toe is qua lenigheid, kracht en handigheid, wreekt zich dat onmiddellijk in de aanleuning.

TOESTAAN

De hand van de ruiter moet het paard "toestaan" uit te voeren, wat de zit en de benen aan het paard vragen.

Laten wij, als voorbeeld, even uitgaan van een paard dat stil staat (teugels op maat):

De kuit en de zit drijven het paard voorwaarts.

De ruiter opent vervolgens de vingers iets en brengt desnoods de hand een klein beetje naar voren.

Hij staat daarmee het paard toe de neus iets voorwaarts en naar beneden te brengen voor de overgang naar de stap.

 

Wanneer dit perfect uitgevoerd wordt, verandert de spanning op de teugel eigenlijk niet. Bij de overgang brengt het paard de neus iets naar voren en naar beneden en dit is precies, wat de hand "toestaat."

 

AANHOUDEN EN OPHOUDING

Wanneer de vingers van de hand gesloten worden en eventueel ook de polsen iets meer gebogen worden, zodat er meer spanning op de teugel gezet wordt, noemt men dit: "aanhouden."

 

De aanwijzing waarbij het aanhouden gebruikt wordt heet: "de ophouding."

De ophouding wordt verdeeld in:

1) DE HALVE OPHOUDING: De ruiter drijft het paard voorwaarts en vangt de opgewekte energie direct daarna weer op door de vingers te sluiten.

Hierbij verandert het tempo niet.

 

In het begin wordt de halve ophouding gebruikt om het paard attent te maken op iets dat jij hem vervolgens gaat vragen. Een soort waarschuwing: "Let op! We gaan iets doen!"

In het volgende stadium is het tevens de bedoeling dat de halve ophouding IMPULS opwekt en dat het paard vervolgens gewicht gaat overbrengen van de voorhand naar de achterhand.

 

WAARSCHUWING: Eerst aandrijven, dan aanhouden. Wanneer je dit op hetzelfde moment doet, vraag je erom, dat het paard zich gaat verzetten.

 

2) DE HELE OPHOUDING: Het aanhouden van de teugel duurt zolang en wordt zo sterk gegeven, dat het paard een overgang maakt naar een langzamere gang, of naar het halt houden.

Officieel mag de uitdrukking: “hele ophouding” alleen voor een overgang naar het halt houden gebruikt worden, maar omdat de term “drie-kwart ophouding” niet bestaat en om het verschil met de halve ophouding (geen verlies van tempo) duidelijk te maken.

Je begrijpt dat het heel handig en eigenlijk gewoon nodig is, dat het paard iets van nageeflijkheid begrijpt voordat je deze aanwijzingen gaat geven. Pas op het moment dat het paard nageeft in reactie op het aanhouden, komt de aanwijzing goed door. Juist omdat zoveel paarden niets van nageeflijkheid begrijpen, verzetten die paarden zich tegen de hand .

IMPULS

Impuls moet je zien als de elektrische lading van een batterij. Impuls is een hoeveelheid energie, die je opslaat, bewaart in je paard.

Impuls is de door de ruiter opgewekte, of de natuurlijke drang naar voren van het paard onder beheersing van de ruiter.

Eén van de geheimen van de rijkunst ligt in de uitdrukking: "onder beheersing van de ruiter."

Of het paard geheel uit zichzelf, of door drijvende hulpen van de ruiter voorwaarts wil gaan, maakt geen verschil. Het gaat er om dat de ruiter deze drang voorwaarts onder controle heeft. De ruiter bepaalt wanneer en vooral ook het tempo waarin het paard voorwaarts mag gaan.

Het is de grote kunst om een deel van die drang naar voren in het paard te bewaren. Het paard mag niet alle energie eruit lopen die in hem zit. De ruiter bewaart, met halve ophoudingen (die dus alleen goed door komen, wanneer het paard gehoorzaamt aan het voorwaarts drijven en vervolgens nageeflijk is), een extra portie energie in het paard. Het gevolg is dat het paard gewicht overbrengt naar het achterbeen, waardoor hij van voren lichter wordt. Door het overbrengen van gewicht van de voorhand naar de achterhand kan hij ook makkelijker nageeflijk blijven. Dit lijkt misschien tegenstrijdig, maar je hebt dus drang naar voren nodig om het paard nageeflijk te houden.

Daarnaast geeft impuls je ook de mogelijkheid om het paard heel snel en precies op het aandrijven van het been te laten reageren. Je moet je paard dus "voor het been" hebben om impuls te kunnen opwekken, maar aan de andere kant helpt die impuls je om hem "scherp" aan het been te krijgen en te houden.

RECHTRICHTEN

Als ik tegenwoordig bij de Z- dressuur kijk, ben ik bang dat dit begrip "recht richten" niet meer in de mode is. Als ik zie hoeveel Z- ruiters problemen hebben met paarden die over de schouder weglopen, geen rechte lijn kunnen lopen, voorkeuren hebben voor wendingen, zijgangen 1 kant op en zelfs nog voor een bepaalde galop, springen mij de tranen in de ogen. Ik denk dat het niet toevallig is, maar dit zijn vaak ook de paarden die in de Z- klasse niet met de neus op, maar achter de loodlijn lopen.

 

De uitdrukking "recht richten" betekent in eerste instantie, dat een paard op een rechte lijn met de voorbenen recht voor de achterbenen loopt. In de praktijk bedoelen we met "recht richten" ook, dat een paard "recht over twee teugels gaat." Dat wil zeggen, dat hij op beide teugels een gelijke aanleuning heeft. Hij loopt met zijn achterbenen in het spoor van de voorbenen. Hij is recht gericht, als hij geen voorkeur meer heeft voor een bepaalde kant (wending, galop, zijgang, e.d.), maar aan beide kanten evenveel ontwikkeld (sterk, lenig en handig) is.

HORIZONTAAL EVENWICHT

Een paard loopt met 60 % van zijn gewicht op de voorhand en met de overige 40 % van zijn gewicht op de achterhand. Het  paard loopt in dit evenwicht meestal met de neus voor de loodlijn.

 

Bij het dressuur rijden proberen wij het paard zover te brengen dat hij, door de achterbenen meer onder het lichaam te brengen, meer gewicht overbrengt op de achterhand. Wanneer het paard zijn gewicht gelijk verdeelt over voor- en achterhand noemen wij dit paard: "in horizontaal evenwicht." Het paard komt nu met de neus op (net iets voor) de loodlijn en draagt de hals in een opwaartse boog.

 

In de zware en de hogere dressuur zien we, als het goed is, bij verschillende oefeningen, dat het paard meer gewicht op de achterhand brengt, dan op de voorhand. Hij moet dan gaan "zitten" op de achterbenen. De gewrichten in de achterhand worden dan meer gebogen en daardoor "zakt" de achterhand. Het hoofd is nog steeds op de loodlijn en de hals is (of lijkt) nog iets meer opgericht.                      DE NEK ALS HOOGSTE PUNT

De nek ligt vlak achter de oren en moet, de oren even niet meegerekend, het hoogste punt zijn wanneer de teugels op maat genomen zijn.

 

Hiermee komen wij nog wel eens problemen tegen. Sommige paarden zijn niet zo gunstig gebouwd en hebben daardoor aanleg voor een zogenaamde "verkeerde knik" in de hals. Je krijgt dan ongeveer hetzelfde resultaat als bij paarden die onder dwang van allerlei hulpteugels, zoals bijvoorbeeld van een slofteugel, geleerd hebben met de hals in de krul te lopen.

Denk nu niet, dat ik het gebruik van hulpteugels afkeur. Het gaat mij meer om de wijze waarop zij (verkeerd) gebruikt of misbruikt worden. 

AAN DE TEUGEL

Dit wordt ook wel eens: "aan het bit rijden" genoemd.

 

Laat ik eens beginnen een misverstand uit de weg te ruimen.

Aan de teugel zegt weinig over de plaats, waar het paard het hoofd draagt. Een paard kan ook aan de teugel zijn terwijl hij de hals aan het strekken is. Ik zal het nog sterker vertellen: "Het is zelfs de ideale manier om de hals te strekken". Een paard kan zelfs nog "aan de teugel" zijn terwijl hij met de neus langs de grond loopt.

 

De combinatie van "aan de teugel", "de teugels op maat gemaakt" en "de nek als hoogste punt" heet: "IN DE HAND GESTELD." 

 

Wat is dan precies "aan de teugel?" Een paard dat voor de benen is, ontspant in de rug, nageeflijk is en aanleuning zoekt!

In welke mate het paard daarbij met de neus in de richting van de loodlijn komt en in welke mate het paard zich meer of minder in horizontaal evenwicht bevindt is afhankelijk van de graad van africhting (B-, L-, M- dressuur of hoger).

 

Er zijn paarden die, dankzij moeder merrie en vader hengst (en de fokker die deze twee bij elkaar bracht) bij de geboorte een mooie opwaarts gebogen hals hebben meegekregen. Zo'n paard zal ook onder de ruiter makkelijk de hals buigen. Dit kan de zaak eenvoudiger maken, maar die gebogen hals betekent niet automatisch dat dit paard "aan de teugel" loopt.

 

Een paard dat op de een of andere manier met de hals in de krul getrokken is, loopt ZEKER NIET "aan de teugel." Het gevaar is groot, dat dit paard nog onvoldoende getraind is, dus te weinig spieren heeft voor deze houding. Het gevolg zal vaak zijn dat hij achter de loodlijn gaat lopen en vervolgens een vorm van verzet gaat vertonen. Het eerste komt men dan vaak het: "Hangen op de hand" tegen. Vaak gevolgd door meer en steeds zwaardere vormen van verzet. 

 
 

10:57 Gepost door Sarah in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paardrijden, informatie |  Facebook |

24-06-07

De gangen: stap, draf, galop

De gangen
Toen de voorouders van de paarden nog in het wild op de open steppe leefden, ontwikkelden ze de vaardigheid om snel en lang te kunnen lopen. Een snelle sprint was nodig om weg te vluchten voor roofdieren, en een goed uithoudingsvermogen was nodig om desnoods dagenlang te kunnen lopen naar de eerstvolgende waterbron of het eerstvolgende weiland. Paarden kunnen op drie verschillende manieren lopen: Stap, draf en galop. (Ijslanders hebben nog een vierde manier: tölt = telgang in draf.)
 
-De stap is de langzaamste manier van lopen. Als paarden niet iets bijzonders willen doen, lopen ze zo.
-De draf is iets sneller en kunnen paarden heel lang volhouden. Op een paardenrug kan je lichtrijden, d.w.z op en neer gaan in draf, of doorzitten.
-In galop kunnen sportpaarden een snelhied bereiken van 75 km/u! Een mijl (1,6 km) lopen paarden in twee minuten. (Wereldrecord van de mens: 3:44 minuten.)
tinker

Als je op de link bij de bonte Tinker en haar veulen klikt, krijg je een filmpje over galopperende paarden.

ijslander2

http://youtube.com/watch?v=qowR0UkNWWg

Klik op deze link onder de Ijslanderpony en je ziet een filmpje over zo'n pony in die speciale draftelgang: tölt.

14:38 Gepost door Sarah in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (5) | Tags: gangen, paarden, paardrijden |  Facebook |

De uitrusting

De uitrusting

Naast een sportieve instelling is voor paardrijden ook een "paardrij-pak" nodig. Bij gewone ritten zijn gemakkelijke kleding en stevige schoenen met lage hakken genoeg. wil je het wat serieuzer aanpakken, dan ziet je pak er zo uit:

 

Een toque of cap is een heel belangrijke bescherming van het hoofd en is in elke rijschool verplicht.

Lange rijlaarzen voor meer bescherming van de onderbenen. Nauw aansluitend.

Rijschoenen voor als het warmer wordt met elastische band en hak. Hoge voor en achterkant voor bescherming van de gewrichten.

Je draagt best een rijbroek of jodhpurs voor extra comfort en bescherming. De broek is erg elastisch en de binnenzijden zijn goed versterkt.

Voor de rest zijn rijhandschoenen goed, want de teugels kunnen met de antislip-ribbels niet uit je bezwete handen glijden. Bij jongere kinderen eventueel een kinbeschermer of een bodywarmer.

HET IS BELANGRIJK DAT JE GEPASTE KLEDIJ AANTREKT!

Kom niet in je jeans en je sandalen!

Zo, jij bent klaar voor een echte les!

 

11:54 Gepost door Sarah in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paardrijden, uitrusting, paarden |  Facebook |

22-06-07

Verloop van een les

Verloop van een les

1. Instappen

  • Laat het paard enkele rondjes stappen aan de lange teugel.
  • Stap in op beide handen.

2. Opwarmen

  • Neem de teugels wat strakker.
  • Controleer de singel.
  • Doe oefeningen in stap en draf op beide handen, neem regelmatig een pauze om het paard te belonen. (Pauze: bv. een halve toer stappen aan de lange teugel.) In dit moment van rust mag het paard eventjes met lange teugel stappen en zijn hals strekken, het is echter niet de bedoeling dat hij trager gaat wandelen of slenteren, hou hem dus voldoende actief.
  • Enkele goede oefeningen om te doen tijdens deze fase:

    - Voltes
    - Slangenvoltes
    - Voltes verkleinen
    - Volte halve baan
    - Gebroken lijn
    - Vergroten van de passen en verkleinen
    - Verruimen en verkorten van de gangen
    - Versnellen en vertragen op een volte
    - Overgangen

  • Herhaal kort wat je vorige les nieuw hebt gezien of waar je veel hebt of geoefend.

3. De les

  • Leer iets nieuws.
  • Neem ook hier geregeld pauzes.
  • Als je niets nieuws leert kan je ook een bepaald onderwerp, oefening,. beter bekijken, verbeteren, op oefenen, .
  • Werk in alle gangen.

4. Tot rust komen

  • Doe enkele eenvoudige oefeningen met losse (niet lange) teugel in rustige gangen (=geen galop of snelle draf).

5. Uitstappen

  • Laat het paard met lange teugel enkele rondjes stappen en beloon hem.

12:26 Gepost door Sarah in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paardrijden, lessen, paarden |  Facebook |

Paardrijden, hoe doe je dat?

De rijbaan

De rijbaan bestaat uit twee korte zijdes en twee lange zijdes. De afmetingen zijn 20x40 of 20x60. Aan de zijkant van de bak staan allerlei letters, die we gebruiken bij het rijden van de hoefslag-figuren. De volgorde van de letters kunnen we gemakkelijk onthouden met het volgende ezelsbruggetje:

Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koe Door X Gemolken.

De letter X is het middelpunt van de rijbaan.
De kant van het paard die naar het midden van de rijbaan is gericht, noemen we de binnenzijde. De andere kant is dan de buitenzijde. Zo heb je ook een binnenbeen, binnen teugel etc.

Wanneer de linkerhand aan de binnenkant van de rijbaan is dan rijd je op de linkerhand en omgekeerd.
Wanneer je bijvoorbeeld op de linkerhand rijd en je wilt op de rechterhand gaan rijden dan kan je dit doen door bepaalde hoefslagfiguren. Bijvoorbeeld de diagonaal (die verder nog uitgelegd wordt). Dit noemt men van hand veranderen.

Rijbaan paardrijden

De hoefslag

De hoefslag is het pad langs de wanden van de rijbaan. Op ongeveer anderhalve meter van de wand ligt nog een tweede hoefslag. De zogenaamde binnenhoefslag.

Hoefslag rijden

De volte

De volte is een cirkel, met een doorsnede van zes meter. Als we een volte rijden moeten we goed op onze hulpen letten, om te zorgen dat het een mooie cirkel wordt. Na eenmaal een volte of een volte halve baan te hebben gereden, volgen we de hoefslag weer op het punt waar we de volte begonnen zijn.

De volte rijden

Volte halve baan

De volte halve baan is een volte met middellijn van 10 meter. De cirkel raakt de hoefslag aan de lange zijde en de middellijn. De lijn A-C dus. De volte halve baan kan dus ook op de middellijn beginnen. Als de opdracht 'met enen volte' of 'met enen volte halve baan' wordt gegeven, rijdt iedere ruiter op hetzelfde moment een volte van de juiste grote: als het goed is gedaan komt iedere ruiter op hetzelfde moment weer terug op de hoefslag: netjes achter elkaar.


Grote volte

De grote volte is een cirkel met een middellijn van 20 meter. De cirkel raakt dus de hoefslag aan beide zijde van de manege. We kunnen de grote volte dus alleen maar rijden beginnende bij A of C of B of E.

De grote volte rijden

Grote acht

We blijven normaal op de hoefslag tot we bij A of C komen. Daar beginnen we aan een grote volte. Als we de helft gereden hebben, we zijn dan op X aangekomen beginnen we aan een grote volte aan de andere zijde van X, die we helemaal doorrijden tot we weer in X zijn aangekomen. Bij X maken we de eerste volte af door de andere helft in te rijden. We zijn dan weer bij ons uitgangspunt terug en we volgen de hoefslag.

Grote acht rijden

Gebroken lijn, eenmaal gebroken

Bij de door de instructeur of instructrice genoemde letter wenden we af in de richting van X. Net of we van hand gaan veranderen. Wanneer we echter bij X zijn aangekomen, rijden we weer terug naar de hoefslag waar we vandaan kwamen, zodat we voor de letter op het einde van die lange zijde weer op de hoefslag zijn aangekomen. Bij X kijken we dus altijd even naar de korte zijde waar de letter C of A staat.

De gebroken lijn rijden

Op de diagonaal van hand veranderen.

We rijden bijv. op de rechterhand. Om nu op de linkerhand te komen gaan we van hand veranderen. Eén meter voorbij de letter K gaan we van de hoefslag af en rijden in de richting X en we komen na X één meter voor de letter M weer op de hoefslag. Als we op de linkerhand van hand veranderen, doen we dat op dezelfde manier, maar dan van H naar F of van F naar H.

Op de diagonaal van hand veranderen

Rechtsomkeer

Bij een rechtsomkeer beginnen we allemaal aan een volte (middellijn 6 meter). Als we die voor de helft hebben gereden, rijden we in een schuine lijn terug naar de hoefslag. We zijn dan op de andere hand gekomen.

Rechtsomkeren

Linksomkeer

Bij een linkssomkeer beginnen we allemaal aan een volte (middellijn 6 meter). Maar dit keer starten we op de rechter hand. Als we die voor de helft hebben gereden, rijden we, net zoals bij de rechtsomkeer in een schuine lijn terug naar de hoefslag. Op deze manier komen we op de linkerhand terecht.

Lingsomkeren

Door een S van hand veranderen.

Bij B beginnen we aan een volte halve baan. Als we die voor de helft hebben gereden zijn we aangekomen bij X. Daar beginnen we opnieuw aan een volte halve baan, maar dan rijden we naar links in plaats van naar rechts. We rijden ook die maar half. We komen nu uit bij E. We rijden dan op de linkerhand, terwijl we op de rechterhand zijn begonnen.

Door een s van hand veranderen

Van hand veranderen op de grote volte.

We kunnen ook op de grote volte van hand veranderen. Dit gebeurt op dezelfde manier als we net geleerd hebben bij het door een S veranderen. Als we op de grote volte rijden en we krijgen de opdracht om van hand te veranderen, dan blijven we op de volte rijden tot we op een raakpunt van de volte met de hoefslag komen, of op het raakpunt met de lijn B-E. Dan rijden we eerst een volte halve baan voor de helft en we rijden dan een volte halve baan voor de helft de andere kant op. We rijden dus een S binnen de volte. Als we deze S hebben gereden, komen we weer op de volte terug en blijven op de volte tot we andere opdrachten krijgen.

Van hand veranderen op de grote volte

Klassiek zadel en hoofdstel

De benoeming van het zadel

  • 1. Voorboom
  • 2. Achterboom
  • 3. Zadelkussen
  • 4. Singel
  • 5. Wrong
  • 6. Beugelriem
  • 7. Zweetblad
  • 8. Rand
  • 9. Kamer
  • Klassiek paarden zadel

    De benoeming van het hoofdstel

  • 1. Bit
  • 2. Teugels
  • 3. Bakstuk
  • 4. Neusriem
  • 5. Neusdeel
  • 6. Kinriempje
  • 7. Keelriem
  • 8. Kopstuk
  • 9. Frontriem
  • Klassiek hoofdstel van paard

    21-06-07

     Kennismaking!

    paard23

    Hey iedereen! Als jullie ook zo'n paardenliefhebbers zijn als ik, dan ben je hier aan het juiste adres. Ik ben in het 6de leerjaar op ponykamp geweest met de klas en ik ben enorm aan paarden gehecht geraakt. Gefreakt, gewoonweg! Elk paard dat ik tegenkwam moest een stuk van mijn dagelijkse appel krijgen. Nu laat ik die appel in mijn tas zitten tot woensdagmiddag: dan is het manegedag! Ik zit nog maar bij de beginnelingen, maar ik kan al op- en afzadelen, het bit omdoen, stappen, draven, galopperen en euh... slordige figuren rijden. Behalve voltes, dat lukt al goed. Ik heb ook al ondervonden wat de verschillen zijn tussen verschillende rassen paarden, en dat ga ik jullie op mijn WE LOVE HORSES-blog vertellen. Mijn ervaringen en interesses komen jullie allemaal te weten. Ik ben op zoek naar iemand die in hetzelfde schuitje zit als ik: rond 12-13 jaar, liefde voor paarden en een beginnende paardrijdster. Ben jij wie ik zoek? Laat een reactie achter! Ik ben al benieuwd!

     

    PS: Nu (April 2008) heb ik mijn examen afgelegd, en ik zit nu bij halfgevorderd.